MASIMBA na ngombi  (boekje)
Muziek voor Tsogo harp



De provincie Ngounié, bakermat van de meeste Tsogo muzikanten, en hoofdplaats Mouila bevinden zich op meer dan vierhonderd kilometer van de hoofdstad Libreville, die pas sinds 2011 via een geasfalteerde weg bereikbaar is. De Tsogo vormen slechts een klein bevolkingspercentage in Gabon. Hun muzikanten hebben echter op nationaal vlak al een zekere reputatie opgebouwd: de Tsogo gaan door voor de stichters van het mannelijke initiatieritueel Bwete, dat wijdverspreid is in het land en dat de ngombi harp een centrale rol toebedeelt.

Vaak wordt de uitdrukking ‘land van de Tsogo’ in de mond genomen voor de boogvormige constellatie van dorpen ten noorden van Mimongo. De Tsogo zijn in de meerderheid in deze dorpen, waar eveneens Punu, Masango en Akele gemeenschappen leven. Deze ligging is toe te schrijven aan vroegere migraties van bevolkingsgroepen vanuit het noorden van het huidige Gabon. Bepaalde dorpen bevinden zich net buiten deze historische boog en vandaag zien we een beweging naar Mouila toe en zelfs een migratie naar de grote stadscentra, zoals Libreville, een gevolg van het demografische dynamisme van de Tsogo.

In het dorp zelf is de belangrijkste economische activiteit de houtexploitatie voor regionaal gebruik. Er worden ook bananen, maniok, taro en arachide geteeld en geiten en varkens gekweekt, alles voor lokaal gebruik. In de jaren 1960 stond het Tsogo-gebied bekend voor zijn moeilijke bereikbaarheid. Vandaag kan je er dagelijks naar Moila in clando (gedeelde taxi) om er te werken of producten van de hand te doen. De Tsogo zijn noch geografisch nog sociaal geïsoleerd. De transformatiedynamiek van hun muzikale cultuur weerspiegelt hun constante link met de geglobaliseerde wereld.

Sinds de tweede helft van de 19e eeuw hebben de mannelijke initiatiegemeenschappen Bwete – gebaseerd op het visioen – en de vrouwelijke therapeutische gemeenschappen Ombudi – gebaseerd op de bezetenheid – een aantrekkingskracht op nationaal niveau en de rituelen worden op dit moment in heel het land uitgevoerd.

Gabon 3

  Meisje bereid voor de ceremonie van Ombudi en haar moeder  © A. Durieu / AfricaMuseum

De ngombi is een boogharp met acht snaren, gestemd volgens een hexatonisch systeem, type la-si-do-re-mi-sol. De ngombi begeleidt de vocale repertoires die een centrale plaats innemen in de rituele ceremonies en een uiterst symbolische semantiek hebben. Daarnaast wordt het instrument, dat heel populair is in de regio, ook bespeeld buiten het ceremoniële kader. Het is te horen op avondbijeenkomsten, op de radio, in bars of dancings of in verschillende vormen van opnames (cd, mobiele telefoon, enz.).

Hedendaagse Tsogo harpspelers stellen hun eigen repertoire samen, dat ze dan opnemen en verkopen. Deze volksliederen worden in het Tsogo mayaya genoemd, in het Nederlands ‘tradi-modern’. De aantrekkingskracht voor dit type van repertoires is hoog en creëert nieuwe uitdagingen voor muzikanten die opduiken in concertzalen in de stad of op online uitwisselingsplatforms.

De stukken die op deze cd worden voorgesteld, zijn opgenomen tussen 2013 en 2017 in Mokabo, Bandi en Bilengui. De twee harpspelers, Dieudonné ‘Monss’ Mondjo en Dydas ‘Getseke’ Hymbila zijn nganga (initiatiemeesters) in de Bwete en Ombudi ceremonies, maar ook plaatselijk erkende volksmuzikanten. Hun composities zijn arrangementen van oude liederen waarvan ze de woorden aanpassen voor het grote publiek. De bezetting verschilt eveneens van die welke gebruikt wordt in een rituele context: er komt niet alleen een percussie-begeleiding, de mosumba veltrommel (tracks nr. 4, 6, 7, 9) of een drumstel (nr. 12) bij, maar het koor is ook gemengd (nr. 13).

De keuze van de voorgestelde stukken, die de muzikanten componeerden en arrangeerden met de bedoeling het publiek te amuseren, stelt het muzikale erfgoed van deze regio en het repertoire van de ngombi harp in een origineel daglicht.

'Masimba’ betekent letterlijk ‘het akkoord van de harp’, dat we terugvinden als voor- en naspel van elk stuk.



 
le CD: les titres

  1. Gembeda betekent ‘maquillage’ in het Tsogo. Het is een lied uit het repertoire van de Ombudi gemeenschappen, dat wordt gezongen wanneer hun leden zich klaarmaken voor een ceremonie. Het is eveneens een aanwijzing voor de niet-geïnitieerde personen om de cultusplaats te mijden. 

  2. Mitombo mia gombudi kan worden vertaald door ‘de liturgische repertoires van de Ombudi’. Het gaat om instrumentale harpformules die de vocale passages begeleiden, die gedeclameerd of gezongen worden tijdens rituelen en ceremonies. De term ‘mitombo’ duidt zowel op het liturgische repertoire als op de verschillende ritmische figuren. De mitombo’s zorgen voor een instrumentale achtergrond bij het sacrale woord. Het gaat om een compilatie van de verschillende thematieken die aan bod komen in de Ombudi ceremonies, gefraseerd door een fluitje dat gemaakt is uit het patroon van een jachtgeweer.
     
  3. Ngwa dede is de naam van een rituele dans die wordt vertolkt door de vrouwen. Hij wordt uitgevoerd door de harpist, een koor en een ritmische begeleiding door twee percussionisten die een blok hout bake beslaan.

  4. Ebando, ‘de oorsprong’, is een lied uit een therapeutische Ombudi ceremonie. Wanneer de avond invalt, nemen de meeste vrouwen plaats in de tede, het huis van de vrouwencultus, en bereiden zich voor op de nachtelijke wake, terwijl ze zich maquilleren en verschillende a capella liederen zingen. Elke vrouw zet op haar beurt een lied van haar keuze in.

  5. Deze mitombo is een liturgisch lied dat wordt gezongen tijdens de rituelen van de mannelijke Bwete ceremonies. De mitombo gaat traditioneel gepaard met lange instrumentale gedeeltes en is bij uitstek representatief voor de Bwete initiatiewakes. De mitombo’s worden uitgevoerd in de mbandja (cultushuis van de mannen), terwijl de neofieten de iboga doorslikken, een hallucinogene plant, waardoor ze de onzichtbare wereld zullen kunnen ‘zien’. De archiefopnames, van 1960 tot nu, wijzen op de opmerkelijke stabiliteit van dit repertoire over een periode van meer dan een halve eeuw.

  6. Motombi is de naam van de copaifera religiosa, een boom met rode schors die gebruikt wordt in de farmacopees van de nganga (initiatiemeesters). Deze boom speelt een fundamentele rol in de mythologie van de Bwete; de volgelingen beschouwen hem als gewijd..

  7. Getogome is een Bwete dans, die we zouden kunnen vertalen als ‘niet zweten’. Hij wordt uitgevoerd tijdens de initiatie van de neofieten, wanneer deze ‘opzijgeduwd’ worden door de kombwe, de voormalige geïnitieerden, om te zien in hoeverre zij bewust zijn en om hun ziel uit te nodigen zijn lichamelijk omhulsel te verlaten en zo zijn astrale reis aan te vatten. Er is een ritmische begeleiding op een veltrommel mosumba, maar deze begeleidt niet traditioneel de harp in rituele context.

  8. Mobu,‘de oceaan’ is eveneens een lied uit het repertoire van de Bwete ceremonies, met heel allegorische woorden. De verschillende interpretatieniveaus van de woorden die worden aangeleerd tijdens de rituele ceremonies en het geloof in hun betekenissen zijn de echte bewakers van het Bwete geheim. Hierdoor kunnen de muzikanten deze gewijde liederen spelen in een profane sfeer, want ‘de profanen kunnen niet begrijpen’. We kunnen een ritmische begeleiding van de bake horen en de ternaire pulsatie die wordt aangegeven door de soke rammelaar. In dit stuk horen we eveneens gesproken gedeeltes, een weerspiegeling van de litanieën van de povi, de hoeder van het gewijde woord, in de ceremoniële context.

  9. Masangu verwijst naar de naburige Masango, met wie de Tsogo bevoorrechte relaties en erkende en bevoegde clanverwantschappen hebben. De twee gemeenschappen delen eenzelfde ritueel en muzikaal erfgoed en hebben waarschijnlijk een gemeenschappelijk migratieverleden. Dit stuk wordt gewoonlijk gespeeld tijdens de paraliturgische fasen van de Bwete ceremonies, een ontspannende fase tussen twee liturgische onderdelen in. Deze profane context kan echter steeds een religieus karakter krijgen. In het harpspel kunnen we een melodisch motief waarnemen dat karakteristiek is voor de instrumentale stukken van het mitombo repertoire.

  10. Yuma, ‘de bagage’, of, bij uitbreiding, de kennis die een persoon kan vergaren tijdens zijn leven. Het gaat eveneens om een paraliturgisch stuk van de harpistenceremonies. Het koor antwoordt met een zin op elk couplet van de solist-harpist. Naarmate het stuk vordert varieert het antwoord om uiteindelijk bij een kort antwoord te eindigen, dat een licht accelerando in het spel brengt.

  11. Mitombo 

  12. Mobota is de naam van de moeder die net bevallen is. Het gaat om een liturgisch stuk uit de Bwete ceremonies, dat een toespeling maakt zowel op de traditionele thuisbevalling, enkel onder vrouwen, als op de inwijdende wedergeboorte van de jong geïnitieerde en op het symbolische doorknippen van de navelstreng, die de geïnitieerde verbindt met de profane wereld. De ceremonies voor het afronden van de initiatie worden aangegeven door de mbomo, de ‘python’: een danser wringt zijn lichaam in allerlei bochten voor het cultusgebouw, de mbanjda. Hij laat hierbij op de grond sporen na, te vergelijken met de navelstreng, die dan zullen worden uitgewist door de danspassen van de pas geïnitieerden. Dit stuk wordt in duo gespeeld, een innovatie op het vlak van liturgische praktijken. 

  13. Kombe guma is de naam die gegeven wordt aan een van de talrijke genii van de Ombudi, hij die in staat zou zijn de te volgen weg aan te duiden door de zonsondergang (Kombe). Met hun gezang tonen zij die voorheen geïnitieerd waren de weg aan de recent geïnitieerden. De genii (mogezi) zijn ambivalente wezens; ze worden aanbeden en gevreesd, ze wijzen de weg en bestraffen. Door haar relatie met de genius die haar in zijn macht heeft, zal een vrouw de zichtbare wereld begrijpen en verkennen. Deze rituelen hebben tot doel haar genius te ‘temmen’ en hem om te vormen tot een beschermend wezen. Dit stuk wordt begeleid door een modern drumstel, dat de traditionele percussie-instrumenten vervangt.

  14. Mitombo